De bekostiging van onze bereikbaarheid en mobiliteit moet anders

Onze steden worden steeds voller. Zowel binnen de grootstedelijke regio’s als daarbuiten zijn de ambities hoog als het gaat om het opvangen van de toekomstige groei in wonen en werken. Wat betekent dit voor de bereikbaarheid en de kosten die dat met zich meebrengt?

Omdat er vooral vraag is naar stedelijk wonen, zal de groei naar verwachting grotendeels worden opgevangen in bestaand stedelijk gebied. In de grootstedelijke regio’s ontstaan er zo nieuwe woon- en werkgebieden met een behoefte aan goede voorzieningen en verbindingen. Gebieden die bijdragen aan de ontwikkeling van de steden als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven en kenniswerkers, en daarmee ook aan versterking van de economie.

Maar de opgave om in én tussen die gebieden de bereikbaarheid op peil te houden, is complex. Bestaande netwerken, wegen en openbaar vervoer lopen in hoog tempo tegen verzadiging aan en de huidige publieke financiële middelen zijn niet toereikend om op korte termijn grote extra investeringen te doen. Met andere woorden: er is domweg te weinig regulier geld om alle opgaven snel te kunnen aanpakken.

Bovendien is alleen ‘meer asfalt’ of ‘meer spoor’ niet de oplossing. Er zijn zoveel ontwikkelingen in mobiliteitsland, dat er ruimte moet komen voor andere oplossingen dan de meer traditionele, die vooral gericht zijn op het toevoegen van extra capaciteit – die overigens meteen weer volloopt. Nieuwe mobiliteitsconcepten (zie kader onderaan) zorgen voor een andere kijk op het mobiliteitssysteem van de toekomst.

Samenhangend mobiliteitssysteem

Wat er nodig is, kortom, zijn andere vormen van bekostiging, voor andere oplossingen voor de bereikbaarheidsproblematiek. Wij denken daarbij aan een mobiliteitssysteem waarin OV, auto, fiets en lopen elkaar naadloos aanvullen. Dit omhelst een breed pallet aan opgaven, waaronder aansluitingen op stadsringen, bruggen, een grootschalig OV, regionale en stedelijke fietsvoorzieningen, klantvriendelijke aansluitingen tussen de verschillende onderdelen van het mobiliteitssysteem en aandacht voor andere, nieuwe mobiliteitsconcepten.

Een samenhangend bereikbaarheidsprogramma, mogelijk gemaakt door combinaties van kleine en grote ingrepen, traditioneel maar ook innovatief, op de korte én lange termijn. Een totaal werkend systeem op basis van een omvattend investeringsprogramma – in plaats van losse projecten die niet altijd op elkaar aansluiten – met een nauwe verbondenheid met afspraken over waar en wanneer de extra woningen en voorzieningen komen.

Wat de financiële dekking van zo’n bereikbaarheidsprogramma betreft: die kan komen uit de traditionele reguliere middelen, plus bijdragen van partijen die direct baat hebben bij de verbetering van de bereikbaarheid. Als dit wordt gebundeld in één groot regionaal fonds, kan de toekomstige dekking eerder beschikbaar komen en worden de risico’s gespreid. Zo’n fonds vraagt natuurlijk wel om een goed doordachte structurering, waarbij de zeggenschap van de deelnemende partijen op een evenwichtige wijze is geregeld – zonder in een Poolse landdag verzeild te raken.

Miljarden euro’s

De mogelijkheden voor extra bekostiging zijn legio – landen als Frankrijk, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Japan hebben er al ervaring mee – en de potentiële opbrengst loopt in de miljarden euro’s. Denk hierbij aan extra inkomsten uit gebiedsontwikkeling of een regeling die inspeelt op het extra belastinggeld dat een groei van het aantal inwoners met zich meebrengt.

Ook het toepassen van een lagere parkeernorm met meer ruimte voor vastgoedontwikkeling en het zoeken naar alternatieven die meegroeien met de stedelijke ontwikkelingen of gewoon goedkoper zijn dan de traditionele oplossingen, vergroot de haalbaarheid van het bereikbaarheidsprogramma.

Zo zijn er nog wel meer extra bekostigingsopties te noemen, maar de vraag rijst of al die opties op korte termijn haalbaar zijn. Waarschijnlijk niet: wet- en regelgeving of de politieke realiteit zullen in de weg zitten, en er is een andere vorm van samenwerking nodig tussen publieke partijen onderling of met de markt, die ook tijd zal kosten.

Daarom pleiten wij voor de aanpak die bergbeklimmers ook hanteren: het einddoel voor ogen houden terwijl je een logische eerste stap zet richting het basiskamp. De kansen op de korte termijn liggen vooral in een interactie met de (binnenstedelijke) gebiedsontwikkeling. Of het nu gaat via de woningprijs, de OV-tarieven, het belastingstelsel of lokale heffingen: er zullen hoe dan ook extra kosten terechtkomen bij de burgers. Maar in ruil voor een verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische slagkracht zouden we daar graag toe bereid moeten zijn.

Nieuwe mobiliteitsconcepten

Een breed scala aan innovaties komt op ons af, waarbij ICT en het ‘Internet of Things’ een grote rol spelen. Er komen slimmere, schonere en veiligere auto’s, (snel)wegen, brandstoffen en verkeersnetwerken. Intelligente transportystemen (ITS) voorspellen en optimaliseren vervoersstromen en laten auto’s met elkaar en met de weg praten.

Zelfrijdende mobiliteit en deelsystemen (auto, fiets) zijn in opkomst. Robots kunnen binnen tien tot vijftien jaar een groot deel van in ieder geval the last mile (van het afhaalpunt tot de woning) voor het bezorgen van boodschappen en pakketten (in autoluwe campus-achtige milieus) uitvoeren. Het concept fiets wordt steeds veelzijdiger: bakfietsen, elektrische fietsen, cargobikes, light electric vehicles en Stints zorgen voor een diverser aanbod. Via de werkgever, maar ook met buren worden fietsen en auto’s steeds vaker gedeeld.

En dan is er nog de opkomst van ‘ride/car hailing’, het oppikken van medereizigers onderweg door automobilisten, waar partijen als Uber en Lyft zich sterk voor maken.

Mobility as a Service (MaaS) staat voor een mobiliteitsconcept waarbij de consument gebruik maakt van een op maat gemaakte reis, aangeboden via een digitaal platform: boeken, reizen en afrekenen in één omgeving. Een soort Netflix voor mobiliteit. Eén platform van waaruit de gehele keten, zowel publiek als privaat, bediend kan worden.

Het voordeel van al deze technologieën is dat het vaak tweeledig werkt. Niet alleen lost het voor een groot deel de infrastructuurproblemen op, ook het gebruikersgemak, de veiligheid en de leefbaarheid nemen toe.

In het FD verscheen onlangs het interessante, gerelateerde artikel ‘Overheid zint op ov-taks voor woningbezitters en ondernemers’. Je kunt het hier lezen.